26 Limburgse burgemeesters voorzien problemen met nieuwe vuurwerkregels

Vanaf 1 augustus 2026 geldt er een landelijk vuurwerkverbod. Je mag dan geen consumentenvuurwerk meer kopen, verkopen of afsteken in Nederland. In de nieuwe regels staat wel dat burgemeesters een ontheffing mogen geven aan verenigingen en stichtingen. Deze groepen moeten wel een lokale band hebben met de gemeente. De Tweede Kamer stelde drie voorwaarden voor de Wet veilige jaarwisseling:

  • Gemeenten moeten ontheffingen kunnen geven
  • Er moet een reëel  plan komen om het verbod te handhaven
  • De vuurwerkbranche moet eerlijke compensatie krijgen
Vuurwerk op Pancratiusplein

Limburgse burgemeesters maken zich zorgen over nieuwe vuurwerkregels

De burgemeesters van 26 Limburgse gemeenten hebben samen overlegd over de nieuwe vuurwerkregels. Ze zien grote problemen bij het uitvoeren van deze regels. De nieuwe regels brengen extra taken met zich mee voor gemeenten. Gemeenten moeten:

  • Ontheffingen voor vuurwerk regelen
  • De nieuwe regels handhaven

Gemeenten krijgen hier geen extra geld of extra medewerkers voor. Ook voor hun gewone taken hebben veel gemeenten al te weinig kennis, geld en personeel.

Handhaven is gevaarlijk

De burgemeesters maken zich zorgen over de veiligheid van handhavers. Vooral tijdens de jaarwisseling is het gevaarlijk om de regels te controleren. De politie zegt dat ze niet direct optreden bij overtredingen van de nieuwe ontheffingen. Daarom vinden de burgemeesters dat de politie in Limburg te weinig steun geeft voor veilige handhaving.

Wat doen de burgemeesters nu?

De 26 burgemeesters hebben een brief gestuurd naar de minister van Justitie en Veiligheid en de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. In de brief leggen ze uit dat de nieuwe vuurwerkregels niet uitvoerbaar zijn. Daarom geven deze gemeenten geen ontheffingen voor vuurwerk.

Vuurwerkbrief Limburgse gemeenten

Heerlen, 7 juli 2026 

Aan: Zijne Excellentie de Minister van Justitie en Veiligheid De heer D.M. van Weel, en Hare Excellentie de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Mevrouw A. Bertram Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG 

Betreft: Uitvoeringsknelpunten nieuwe vuurwerkregelgeving 

Geachte minister van Weel en staatssecretaris Bertram, 

Met deze gezamenlijke brief brengen wij de substantiële uitvoeringsknelpunten onder uw aandacht die wij voorzien bij de implementatie van de nieuwe vuurwerkregelgeving. Wij achten de nieuwe regelgeving onder de huidige randvoorwaarden niet uitvoerbaar en zien ernstige risico’s voor de handhaafbaarheid. Hieronder zullen wij aan de hand van verschillende argumenten motiveren waarom de nieuwe vuurwerkregels in onze ogen onuitvoerbaar zijn. 

  1. 1Onuitvoerbaarheid binnen de huidige handhavingscapaciteit Wij constateren dat de beoogde regelgeving, in de huidige vorm, niet uitvoerbaar is binnen de beschikbare gemeentelijke capaciteit. Belangrijkste punt hierbij is dat de benodigde inzet voor toezicht en handhaving de capaciteit die onze organisaties kunnen leveren, ruim overstijgt. 

    In het geactualiseerde handhavingsplan is verwoord dat “In de aanloop naar de jaarwisseling 2026/2027 zal worden verkend wat de rol en taak van de boa wordt ten aanzien de handhaving op het vuurwerkverbod (zie een van de acties onder 7.4), en of de bevoegdheden van Domein I- en Domein II-boa’s meer in lijn moeten worden gebracht.” De huidige rol en taak van de boa ten aanzien van de inzet op vuurwerk zijn duidelijk omlijnd vanuit de praktijksituatie en gebaseerd op samenwerkingsafspraken met de politie. Hierbij is rekening gehouden met de verschillen in bevoegdheden. Voor de uitvoering van deze en overige reguliere taken hebben onze gemeenten door diverse factoren niet voldoende boa’s in dienst. Door de inwerkingtreding van het algemene vuurwerkverbod en de noodzaak om toezicht te houden op de naleving van dit verbod en waar nodig handhavend op te treden, wordt het tekort aan capaciteit vergroot. Wij zijn voorstanders van het algemene vuurwerkverbod, maar tegelijkertijd zijn we er ook van overtuigd dat er met meer nieuwe regels ook meer handhavingscapaciteit mee zou moeten komen. 

  2. Binnen de huidige handhavingscapaciteit is sprake van een her-certificeringsprobleem Binnen onze gemeenten is sprake van structurele tekorten aan gecertificeerd handhavingspersoneel. Hierdoor zijn we als burgemeesters alleen al voor het reguliere werk gedwongen om keuzes te maken waar onze schaarse capaciteit wel en niet aan wordt besteed. De ruimte die uw Ministerie binnen de ontheffingsmogelijkheid ziet, om keuzes te maken gebaseerd op de lokale omstandigheden, bestaat niet omdat wij enerzijds op dit moment al te maken hebben met boa’s die niet beschikken over een geldige her-certificering en anderzijds omdat de Politieacademie vanaf 2026 is gestopt met de her-certificering van de boa’s. Lokaal en in regionaal verband zoeken Limburgse gemeenten naar eigen oplossingen voor de structurele behoefte aan tijdige her-certificering van hun boa’s. Of deze oplossingen op termijn afdoende gaan werken, is deels afhankelijk van externe organisaties en factoren. Hierdoor voorzien wij dat er binnen de resterende beschikbare tijd onvoldoende gecertificeerde boa’s beschikbaar zijn om de noodzakelijke werkzaamheden uit te voeren. 
  3. Onevenredige uitvoeringsdruk op gemeenten De voorgestelde regels, het Besluit veilige jaarwisseling met de ontheffingsmogelijkheid voor de burgemeester en het Handhavingsplan, leggen een aanzienlijk deel van de verantwoordelijkheid voor de procedurele afhandeling, voor preventief en controlerend toezicht en voor handhaving en risicobeheersing bij gemeenten. Tegelijk geven deze regels te weinig mogelijkheden voor de invulling van die verantwoordelijkheid. De lokale uitvoeringsorganisaties zijn hiervoor niet toegerust, zowel qua kennis en middelen als ook qua personele mogelijkheden. Alleen al de invoering en realisatie van de ontheffingsmogelijkheid zou een verhoging van de lokale ambtelijke capaciteit vergen, om te controleren of de aanvragers voldoen aan alle voorgestelde voorwaarden. Dat geldt zowel voor de formele eisen waaraan de aanvragers en de aanvraag moeten voldoen, als ook voor de eisen waaraan het transport, de opslag en het afsteken moeten voldoen. Daar bovenop komen nog de eisen voor het veilig laten deelnemen van publiek aan en dergelijk evenement. En daarom nemen wij het gezamenlijke standpunt in om geen ontheffingen te verlenen. 
  4. Veiligheidsrisico’s voor gemeentelijke medewerkers Door beperkte inzetmogelijkheden en een tekort aan specifiek opgeleid personeel ontstaat een situatie waarin de veiligheid van gemeentelijke medewerkers, inclusief boa’s, onder druk komt te staan. Dit risico doet zich met name voor tijdens de jaarwisseling. De gebeurtenissen (o.a. het gebruik van de veelbesproken vuurwerkmitrailleur jegens hulpverleners) tijdens de afgelopen jaarwisseling hebben meermaals aangetoond dat het onjuist gebruik van knal/siervuurwerk serieuze veiligheidsrisico’s met zich meebrengt voor de politie en hulpverleners. Laat staan wanneer onze boa’s extra bevoegdheden en dus taken krijgen inzake het handhaven van het vuurwerkverbod. Wij gaan er op voorhand al vanuit dat onze boa’s met extra veiligheidsrisico’s worden geconfronteerd. Als boa-werkgever hebben wij de taak c.q. zorgplicht om onze boa’s te beschermen tegen bepaalde risico’s. En daarom voelt het voor ons, als boa-werkgever, absoluut niet goed om onze boa’s in te zetten voor de handhaving van het vuurwerkverbod, terwijl we op voorhand al weten dat het serieuze veiligheidsrisico’s met zich mee gaat brengen. 5. Beperkte beschikbaarheid politiecapaciteit Wij zijn van mening dat er binnen de eenheid Limburg te weinig politiecapaciteit beschikbaar is voor alle veiligheidsvraagstukken. Hierdoor staat de uitvoering van de reguliere politietaken al onder druk. Dit signaal hebben wij eerder (meermaals) afgegeven vanuit de stuurgroep Netwerk Veilig Limburg en dit blijkt ook uit het onderzoeksrapport: “Ben ik van Limburg, de Nationale Politie of de minister?” van professor Hoogenboom. De ondersteuning die nodig is voor adequate handhaving van de nieuwe regelgeving is daardoor niet beschikbaar. Door het creëren van de uitzonderingsmogelijkheid op het vuurwerkverbod zal er lokaal gezien extra druk worden gelegd op de beschikbare politiecapaciteit voor de handhaving van de openbare orde. En dat komt dus bovenop alle uitdagingen die we momenteel al hebben in Limburg. Dit blijkt alleen al uit de landelijke lijsten waarin we al jarenlang in negatieve zin hoog scoren (onderwereldkaart, leefbarometer, veiligheidsmonitor etc.). Verder stemt het ons niet gerust dat wij bij eventuele problemen rondom een verleende ontheffing (bijv. foutief opslag en/of transport van vuurwerk etc.) niet hoeven te rekenen op steun vanuit de politie. Dit komt mede door de uitspraak: “de burgemeester verleent de ontheffing en in onze ogen kom je dan niet direct bij de politie uit, omdat het hier over regels gaat die te maken hebben met een bestuurlijke maatregel die een burgemeester zelf neemt. Daar zijn andere diensten voor..” die de nationaal vuurwerkcoördinator van de politie tijdens een uitzending van Nieuwsuur op 17 januari 2026 heeft gedaan. Deze uitspraak strookt niet met de geldende werkelijkheid en taakverdeling binnen het gemeentelijke veiligheidsdomein. 6. Grensligging en beschikbaarheid van vuurwerk De regelgeving met betrekking tot de verkoop en het gebruik van consumentenvuurwerk is niet in alle omliggende landen gelijk. Onze gemeenten grenzen direct aan Duitsland en/of België. In België is bijvoorbeeld de verkoop van vuurwerk het gehele jaar toegestaan. Daarnaast bestaan er verschillen in de soorten vuurwerk die in de handel mogen worden gebracht. Deze verschillen leiden ertoe dat Nederlanders vuurwerk in België en Duitsland aanschaffen dat in Nederland niet is toegestaan en niet (legaal) te koop is. Hierdoor hebben wij als grensgemeenten te maken met extra uitdagingen rondom de handhaving van het vuurwerkverbod. 

Verzoek om bestuurlijk overleg en ondersteuning 

Gezien deze gezamenlijke knelpunten verzoeken wij u om: 

  • Een bestuurlijk overleg op korte termijn; 
  • Heroverweging van de implementatieplanning; 
  • Aanvullende ondersteuning in capaciteit en duidelijke landelijke richtlijnen; 
  • Verkenning van uitvoeringsmodellen die wél haalbaar zijn voor gemeenten. 

Tot slot streven wij naar een veilige en beheersbare jaarwisseling. Wij vertrouwen erop dat onze gezamenlijke signalering kan bijdragen aan een constructieve aanpak van de uitvoeringsproblematiek. Wij zien uw reactie en een uitnodiging tot overleg graag tegemoet. 

Hoogachtend, Namens de hieronder vermelde Limburgse burgemeesters:

Dhr. drs. R. Wever, burgemeester van Heerlen 

Mevr. dr. P. Dassen-Housen, burgemeester van Kerkrade 

Dhr. mr. R. de Boer, burgemeester van Landgraaf 

Mevr. W. van der Rijt, burgemeester van Brunssum 

Dhr. ing. E. Geurts, burgemeester van Beekdaelen 

Dhr. D.P.W. Joppe, burgemeester van Voerendaal 

Mevr. S. Scheepers, burgemeester van Simpelveld 

Dhr. A. Krijnen, burgemeester van Eijsden-Margraten 

Mevr. N. Ramaekers, burgemeester van Gulpen-Wittem 

Dhr. J. Niederer, wnd. burgemeester van Meerssen 

Dhr. H. Leunessen, burgemeester van Vaals 

Dhr. D. Prevoo, burgemeester van Valkenburg aan de Geul 

Mevr. D.H. Schmalschläger, burgemeester van Leudal 

Dhr. Ing. J.M.A. van Agtmaal, burgemeester van Roerdalen 

Dhr. dr. J.W.M.M.J. Hessels, burgemeester van Echt-Susteren 

Mevr. Y.F.W. Hoogtanders, burgemeester van Roermond 

Dhr. D. Schneider, burgemeester van Maasgouw 

Mevr. mr. C. Van Basten-Boddin, burgemeester van Beek 

Dhr. mr. W.A.G. Hillenaar, burgemeester van Maastricht 

Mevr. M.F.H. Leurs-Mordang, burgemeester van Stein 

Dhr. mr. H. Verheijen, burgemeester van Sittard-Geleen 

Dhr. J.M.T. Teunissen, burgemeester van Gennep 

Dhr. dr. M.H.D. Rauner, burgemeester van Bergen 

Dhr. ir. M.C. Uitdehaag, burgemeester van Venray 

Dhr. mr. R.J.H. Vlecken, burgemeester van Weert